Terug
HomeActueelOvergangsrecht Omgevingswet bij vervolgbesluiten ruimtelijke plannen

Overgangsrecht Omgevingswet bij vervolgbesluiten ruimtelijke plannen

7 min |
27 juni 2024
|
Blogs
Overgangsrecht Omgevingswet bij vervolgbesluiten ruimtelijke plannen

Written by:

Claudia Dijkstra

Relevantie

  • Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Daarmee is ook voorzien in overgangsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 27 maart 2024 een belangrijke uitspraak over het overgangsrecht van de Omgevingswet. De Afdeling concludeert dat na vernietiging van een plan op een nieuw besluit in een aantal gevallen de Omgevingswet van toepassing zal zijn. Daarvoor is relevant of een plan in werking is getreden.
  • Is een plan in werking getreden, dan is het overgangsrecht ‘uitgewerkt’ en kan het overgangsrecht niet opnieuw gelden als het bestemmingsplan wordt vernietigd. De Omgevingswet is dan op het nieuwe besluit van toepassing.
  • Is een voorlopige voorziening binnen de beroepstermijn ingediend, dan is het plan nog niet in werking getreden en zijn er drie mogelijkheden:
    • Bij schorsing en vernietiging van het volledige plan, kan een nieuw besluit terugvallen op het oude recht.
    • Bij schorsing van een plandeel en vervolgens vernietiging van dat plandeel, blijft ook het oude recht van toepassing op een nieuw te nemen besluit.
    • Bij schorsing van een plandeel en vervolgens vernietiging van het volledige plan, is de Omgevingswet van toepassing bij een nieuw te nemen besluit.

Inleiding

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is, onder meer in de Invoeringswet Omgevingswet, tevens voorzien in overgangsrecht om de verhouding tussen de oude en nieuwe wetgeving te regelen. Het uitgangspunt van dat overgangsrecht is dat op besluiten die vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn genomen in beginsel het oude recht van toepassing blijft.

Op 27 maart 2024 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een zeer relevante uitspraak over de vraag welk recht van toepassing is op vervolgbesluiten die na 1 januari 2024 worden genomen na vernietiging van een ruimtelijk plan (ABRvS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174). De uitspraak is relevant, omdat de Afdeling hierin voor het eerst concludeert dat na vernietiging van een bestemmingsplan op een nieuw besluit in veel – maar niet alle – gevallen de Omgevingswet van toepassing zal zijn. De uitspraak is bovendien niet alleen van toepassing bij vernietiging van bestemmingsplannen, maar ook voor inpassingsplannen, exploitatieplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen.

Hieronder zetten wij voor u de belangrijkste conclusies van de Afdeling uit de uitspraak van 27 maart 2024 uiteen.

Waar ging de uitspraak van 27 maart 2024 over?

De gemeenteraad van de gemeente Tilburg had op 1 november 2021 het bestemmingsplan “Theresia-Loven-Besterd 2016, 6e herziening (Lange Nieuwstraat 156-158)” (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld, waarmee de bouw van een (boutique)hotel, motel of pension met ten hoogste 16 hotelkamers mogelijk werd gemaakt.

Naar het oordeel van de Afdeling kleefde er op drie punten een gebrek aan dit bestemmingsplan. De gemeenteraad had in de eerste plaats onvoldoende gemotiveerd dat het hotel niet zou leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat. Daarnaast was volgens de Afdeling in het plan niet geborgd dat een combinatie van een bed & breakfast met hotelfunctie onmogelijk was. Tot slot had de gemeenteraad niet inzichtelijk gemaakt hoeveel verkeersbewegingen zouden optreden op het moment dat de hotelfunctie ter plaatse zou zijn gerealiseerd. De Afdeling vernietigde het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wegens gebrekkige motivering.

In werking getreden plan vernietigd; en dan?

Omdat dit de eerste keer sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet is dat de Afdeling een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan vernietigt, heeft de Afdeling met het oog op de rechtsvorming en rechtspraktijk uiteengezet welk recht van toepassing is na vernietiging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

Een in werking getreden bestemmingsplan is op 1 januari 2024 onderdeel geworden van het omgevingsplan (artikel 4.6, eerste lid en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet). Het overgangsrecht van de Omgevingswet bepaalt voorts dat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing blijft op een bestemmingsplan tot dat plan van kracht is. Is het bestemmingsplan in werking getreden, dan is het overgangsrecht ‘uitgewerkt’ en kan het overgangsrecht niet opnieuw gelden als het bestemmingsplan wordt vernietigd, aldus de Afdeling.

Als de Afdeling het bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk vernietigt, dan is op een eventueel nieuw besluit dus de Omgevingswet van toepassing. De gemeenteraad kan bij een nieuw besluit niet meer terugvallen op een ontwerpbestemmingsplan dat vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, omdat dat ontwerpbestemmingsplan niet kan voldoen aan de eis van de Omgevingswet dat sprake moet zijn van een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties”.

In werking getreden en daarna geschorst; en dan?

Ook in situaties waarin de voorzieningenrechter een plan geheel of gedeeltelijk schorst naar aanleiding van een verzoek om een voorlopige voorziening dat buiten de beroepstermijn is ingediend, geldt dat op een nieuw besluit de Omgevingswet van toepassing is als de Afdeling het bestemmingsplan vervolgens geheel of gedeeltelijk vernietigt.

Niet in werking getreden, maar wel geschorst en vervolgens (deels) vernietigd; en dan?

Als er een voorlopige voorziening binnen de beroepstermijn is ingediend, dan is het plan nog niet in werking getreden. Het overgangsrecht is dan in beginsel nog niet ‘gebruikt’. Bij niet in werking getreden plannen zijn er drie ‘smaken’:

1. Schorsing en vernietiging geheel plan

Indien de voorzieningenrechter naar aanleiding van een verzoek om een voorlopige voorziening binnen de beroepstermijn het hele plan schorst en het plan wordt vervolgens in de bodemprocedure volledig vernietigd, dan is het plan nooit in werking getreden. Het overgangsrecht is dan niet uitgewerkt. De gemeenteraad kan, in het geval van een bestemmingsplan, in dat geval wel terugvallen op het ontwerpbestemmingsplan en de Wro blijft daarop van toepassing.

2. Schorsing en vernietiging plandeel

Indien de voorzieningenrechter naar aanleiding van een verzoek om een voorlopige voorziening binnen de beroepstermijn een gedeelte van het plan schorst en dat plandeel wordt vervolgens in de bodemprocedure vernietigd, dan kan de gemeenteraad met een nieuw besluit dezelfde ontwikkeling voor dat plandeel mogelijk maken zonder grote wijzigingen. De Wro blijft dan van toepassing.

3. Schorsing plandeel en vernietiging geheel plan

Dat ligt anders als de Afdeling na schorsing van een plandeel het volledige plan vernietigt. Naar het oordeel van de Afdeling moet, omdat het grootste deel van het plan in werking is getreden op een nieuw besluit de Omgevingswet van toepassing zijn.

De Afdeling hanteert hiermee een andere lijn dan een strikte uitleg van het overgangsrecht in eerste instantie doet vermoeden. Volgens een strikte uitleg van het overgangsrecht kan voor geschorste plandelen worden teruggevallen op het ontwerpplan en geldt voor niet geschorste plandelen de Omgevingswet. Dat acht de Afdeling vanuit het oogpunt van rechtszekerheid onwenselijk. Om die reden verklaart ze bij schorsing van een plandeel en vervolgens vernietiging van het gehele plan de Omgevingswet van toepassing.

Wat geldt voor ambtshalve besluiten en herstelbesluiten?

In artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de mogelijkheid opgenomen tot het nemen van een ambtshalve besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van een ander besluit. Artikel 6:19 van de Awb stelt dat het beroep tegen het ‘primaire’ besluit van rechtswege mede betrekking heeft op het ambtshalve genomen besluit. Uit de uitspraak volgt dat als op grond van artikel 6:19 van de Awb een nieuw besluit over een plan wordt genomen dat nog in procedure is bij de Afdeling, op dat besluit de Wro van toepassing is.

Daarnaast kan op grond van artikel 8:51a van de Awb een herstelbesluit worden genomen, indien de bestuursrechter het bestuursorgaan daartoe opdracht geeft. Met een herstelbesluit kan een gebrek aan het bestreden besluit worden hersteld. Ook voor deze herstelbesluiten geldt dat de Wro van toepassing blijft.

Conclusie: wat betekent deze uitspraak voor u?

Met de uitspraak van 27 maart 2024 heeft de Afdeling een belangrijk standpunt ingenomen voor wat betreft de toepassing van het overgangsrecht op ruimtelijke besluiten. Geheel of gedeeltelijke vernietiging van een in werking getreden plan betekent dat op een nieuw besluit de Omgevingswet van toepassing is.

Is een voorlopige voorziening binnen de beroepstermijn ingediend, dan is het plan nog niet in werking getreden en zijn er drie ‘smaken’ mogelijk:

  • Bij schorsing en vernietiging van het volledige plan, kan een nieuw besluit terugvallen op het oude recht.
  • Bij schorsing van een plandeel en vervolgens vernietiging van dat plandeel, blijft ook het oude recht van toepassing op een nieuw te nemen besluit.
  • Bij schorsing van een plandeel en vervolgens vernietiging van het volledige plan, is de Omgevingswet van toepassing bij een nieuw te nemen besluit.

Op ambtshalve besluiten in de zin van artikel 6:19 van de Awb en herstelbesluiten in de zin van artikel 8:51a van de Awb blijft het oude recht van toepassing.

Heeft u vragen over dit artikel of andere gerelateerde vragen, neem dan vooral contact op met Claudia Dijkstra.

Bericht delen op linkedin

Meer weten? Neem contact op met een van onze specialisten.

Gerelateerde expertises en branches

Nieuwste berichten

Al het nieuws

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief

Mis niets meer en meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Velden met een * zijn verplicht

Ik geef toestemming dat TRIP Advocaten Notarissen mijn e-mailadres gebruikt voor het toesturen van de nieuwsbrief. U kunt meer lezen in ons Privacy en cookiesbeleid.

Terug naar blogs
Contact image

Contact

Als grootste juridische adviespraktijk van Noord-Nederland staan wij centraal bij onze cliënten Wij werken in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe (en ver daarbuiten) vanuit onze kantoren in Groningen, Leeuwarden en Assen.

Lees meer