Terug naar blogs

Natuurbescherming: stilstandvoorziening voor Windpark De Slufter houdt (opnieuw) geen stand

23 augustus 2018
|
Blogs

Natuurbescherming: stilstandvoorziening voor Windpark De Slufter houdt (opnieuw) geen stand

In een eerder bericht schreven wij over de uitspraak van 16 augustus 2017 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) over Windpark De Slufter. De Afdeling vernietigde toen verschillende voorschriften die de staatssecretaris van Economische Zaken aan de ontheffing van verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet (Ffw) had verbonden, waaronder de verplichting tot het treffen van een stilstandvoorziening. Deze ontheffing is nodig voor de voorgenomen vervanging van 17 windturbines bij de Slufterdam op de Maasvlakte in Rotterdam, door 14 nieuwe, grotere windturbines.

Wij signaleerden destijds dat de Afdeling met deze uitspraak de deur expliciet heeft opengezet voor het verbinden van voorschriften aan ontheffingen, die verder gaan dan met het oog op de gunstige staat van beschermde soorten geboden is. Wél hebben we benadrukt dat de Afdeling in zo’n geval hoge eisen stelt aan de motivering van het besluit. Zeker wanneer de voorschriften tot aanzienlijke kosten (kunnen) leiden bij de ontheffinghouder.

Heel recent heeft de Afdeling de onderbouwing van de (in bezwaar gewijzigde) stilstandvoorziening voor Windpark de Slufter opnieuw getoetst. Benieuwd naar het vervolg? Lees dan verder.

Hernieuwde besluitvorming: minister houdt voet bij stuk, stilstandvoorziening is nodig

Na de uitspraak van 16 augustus 2017 was de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bevoegd om op het bezwaar van Nuon Wind Development B.V. en Eneco Wind B.V. (hierna tezamen: Nuon) te beslissen. In navolging van de staatsecretaris vond ook hij dat de stilstandvoorziening voor de windturbines van Windpark De Slufter nodig was, kort gesteld omdat de gunstige staat van instandhouding van diverse vogelsoorten in de toekomst in het geding zou kunnen komen. De stilstandvoorziening kon volgens hem jaarlijks 75% van het aantal slachtoffers onder trekvogels voorkomen, hetgeen neerkwam op ongeveer 160 vogelslachtoffers per jaar. Ter onderbouwing verwees hij naar het rapport “Stilstandsvoorziening windturbines Eemshaven” van Bureau Waardenburg van 11 november 2016, waarin de resultaten zijn neergelegd van het onderzoek naar de mogelijkheden om aanvaringen van vogels met windturbines in de Eemshaven te voorkomen door middel van een stilstandvoorziening. Het productieverlies van windenergie door stilstand vond de minister niet zodanig groot, dat van een stilstandvoorziening moest worden afgezien.

Motivering stilstandvoorziening opnieuw onvoldoende

Nuon zag dat (uiteraard) anders. In beroep bij de Afdeling voerde zij aan dat het nut van de stilstandvoorziening beperkt is. Ook wees zij erop dat de ecologische omstandigheden op de locatie van Windpark De Slufter niet vergelijkbaar zijn met die in de Eemshaven, zodat de minister zijn besluit niet op het rapport van Bureau Waardenburg had mogen baseren. Dit standpunt van Nuon vond bevestiging in een notitie, waarin Bureau Waardenburg heeft toegelicht dat de verdichting van de trekstroom, oftewel stuwing, in de Eemshaven uitzonderlijk is. Zo komt bij de Eemshaven een groot deel van de over Nederland trekkende vogels samen voordat zij de oversteek over zee maken. Iets soortgelijks doet zich op de locatie van Windpark De Slufter niet voor, aldus Bureau Waardenburg.

In reactie hierop heeft de minister (heel kort samengevat) betoogd dat de Eemshaven en de locatie van Windpark De Slufter voor wat betreft de ligging en de plaatselijke en ecologische omstandigheden wél voldoende vergelijkbaar zijn.

De minister heeft de hiervoor weergegeven inhoud van de notitie van Bureau Waardenburg als zodanig echter niet bestreden. Evenmin heeft hij eigen onderzoek gedaan naar de locatie van Windpark De Slufter. Om die reden volgt de Afdeling zijn standpunt niet. Zij concludeert dat de minister het rapport “Stilstandsvoorziening windturbines Eemshaven” van Bureau Waardenburg niet aan zijn besluit ten grondslag had mogen leggen en dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat met een stilstandvoorziening een reductie van het aantal slachtoffers onder nachtelijke trekvogels met 75% kan worden bereikt. Bovendien, zo oordeelt te Afdeling, heeft de minister het belang van een stilstandvoorziening ten onrechte laten prevaleren boven het belang van Nuon om geen kosten voor die voorziening te maken. De Afdeling verklaart het beroep van Nuon gegrond en vernietigt de beslissing op bezwaar, waardoor het besluit van 22 juli 2016, zoals dit luidde na de uitspraak van 16 augustus 2017, herleeft.

Les voor de praktijk

Als gesteld heeft het bevoegd gezag een zware motiveringsplicht als het ervoor kiest om (onverplicht) voorschriften aan een ontheffing te verbinden, die tot aanzienlijke kosten (kunnen) leiden bij de ontheffinghouder. Deze recente uitspraak van de Afdeling bevestigt dat maar weer. Ons eerdere advies om niet alleen de evenredigheid maar ook de effectiviteit van de voorgeschreven maatregel(en) zo concreet mogelijk, liefst met actuele (eigen) deskundigenrapporten, te onderbouwen, staat met deze uitspraak dus nog recht overeind.

Heb je vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze specialisten.

Bericht delen op linkedin

Gerelateerde nieuwsberichten

Al het nieuws

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief

Mis niets meer en meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Velden met een * zijn verplicht

Ik geef toestemming dat TRIP Advocaten Notarissen mijn e-mailadres gebruikt voor het toesturen van de nieuwsbrief. U kunt meer lezen in ons Privacy en cookiesbeleid.

Terug naar blogs
Contact image

Contact

Als grootste juridische adviespraktijk van Noord-Nederland staan wij centraal bij onze cliënten Wij werken in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe (en ver daarbuiten) vanuit onze kantoren in Groningen, Leeuwarden en Assen.

Lees meer