Terug
HomeActueelWetsvoorstel Vbar ingediend

Wetsvoorstel Vbar ingediend

4 min |
9 juli 2025
|
Blogs
Wetsvoorstel Vbar ingediend

Geschreven door:

Lisa Céline Helfrich

Einde aan onduidelijkheid over arbeidsrelaties?

Het definitieve wetsvoorstel “Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden” (Vbar) is op 7 juli 2025 door Minister Van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel moet meer duidelijkheid bieden over de juridische kwalificatie van arbeidsrelaties. Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst? En wanneer werkt iemand als zelfstandige?  

Aanpak schijnzelfstandigheid

Met de Vbar wil het kabinet een stap zetten in de aanpak van schijnzelfstandigheid en meer rechtszekerheid bieden voor zowel opdrachtgevers als werkenden. De kern van het wetsvoorstel wijkt op enkele punten af van het eerdere concept en bestaat nu uit twee pijlers:

1. Verduidelijking gezagscriterium (artikel 7:610 BW)

  • Centraal in het wetsvoorstel staat een verduidelijking van het begrip ‘werken in dienst van’ (gezag) uit artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek. Dit gezagscriterium wordt uitgewerkt aan de hand van twee hoofdelementen:
  • W: werken onder werkinhoudelijke en organisatorische sturing (W van Werknemerschap)
  • Z: werken voor eigen rekening en risico (Z van zelfstandige)

Indicaties voor ‘W’ (werknemerschap):  

  1. Werkgevende geeft aanwijzingen en instructies over de wijze waarop het werk moet worden uitgevoerd, en de werkende dient deze op te volgen.
  2. Werkgevende kan de werkzaamheden controleren en op basis daarvan ingrijpen.
  3. Werkzaamheden worden verricht binnen het organisatorische kader van de werkgevende.
  4. Werkzaamheden hebben een structureel karakter binnen de organisatie.
  5. Werkende werkt zij-aan-zij met werknemers met soortgelijke taken.

Indicaties voor ‘Z’ (zelfstandigheid):

  1. Werkende draagt zelf de financiële risico’s en geniet de resultaten.
  2. Werk wordt herkenbaar zelfstandig uitgevoerd.  
  3. Werkende beschikt over specifieke kennis, vaardigheden of ervaring die niet structureel aanwezig is binnen de organisatie van werkgevende.
  4. Opdracht is van korte duur en/of beperkt in aantal uren per week.
  5. Werkende toont ondernemerschap in soortgelijk werk buiten deze relatie.

Op basis van deze W- en Z-indicaties wordt beoordeeld of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Beoordeeld wordt welk van deze indicaties zwaarder weegt. De feitelijke uitvoering van de werkrelatie is daarbij bepalend. Het enkel hebben van een overeenkomst van opdracht is niet doorslaggevend.

De indicaties zijn gebaseerd op bestaande jurisprudentie, waaronder het recente Uber-arrest van de Hoge Raad (zie voor uitspraak: ECLI:NL:HR:2025:319. Het extern ondernemerschap (dat wil zeggen: de ondernemingsactiviteiten die de werkende buiten de specifieke werkrelatie ontplooit) telt even zwaar als de andere indicaties (onder hoofdelement Z) voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsrelatie.

2. Rechtsvermoeden bij laag uurtarief

Het wetsvoorstel introduceert ook een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief. Verdient een werkende minder dan € 36,00 per uur (peildatum 1 januari 2025), dan wordt vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Het gaat hierbij om een weerlegbaar rechtsvermoeden: er ontstaat dus niet automatisch een arbeidsovereenkomst. De werkende kan zich in geval van een tarief onder de norm op het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst beroepen. Het is dan aan de opdrachtgever om aan te tonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. 

  • Let op: er geldt geen omgekeerd rechtsvermoeden van zelfstandigheid bij hogere tarieven. Ook is het genoemde bedrag géén minimumtarief voor zelfstandigen, maar uitsluitend de grens voor toepassing van het rechtsvermoeden.

Beoogde inwerkingtredingsdatum Vbar

Het wetsvoorstel is op 7 juli 2025 ingediend bij de Tweede Kamer. Als de Vbar wordt aangenomen volgt nog de behandeling in de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 juli 2026. Vanaf dan geldt het rechtsvermoeden formeel. De beoordelingscriteria zelf zijn nu al relevant, omdat zij voortbouwen op bestaande rechtspraak.

Opdrachtgevers doen er verstandig aan zich tijdig voor te bereiden, door bestaande werkrelaties opnieuw tegen het licht te houden.

Vragen over Vbar of uw arbeidsrelaties?

Heeft u vragen over dit wetsvoorstel of over de kwalificatie van arbeidsrelaties binnen uw organisatie? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten arbeidsrecht of laat uw vraag achter via onderstaand contactformulier. Wij denken graag met u mee.

Velden met * zijn vereist

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Bericht delen op linkedin

Meer weten? Neem contact op met een van onze specialisten.

Gerelateerde expertises en branches

Nieuwste berichten

Al het nieuws

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief

Mis niets meer en meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Velden met een * zijn verplicht

Ik geef toestemming dat TRIP Advocaten Notarissen mijn e-mailadres gebruikt voor het toesturen van de nieuwsbrief. U kunt meer lezen in ons Privacy en cookiesbeleid.

Terug naar blogs
Contact image

Contact

Als grootste juridische adviespraktijk van Noord-Nederland staan wij centraal bij onze cliënten Wij werken in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe (en ver daarbuiten) vanuit onze kantoren in Groningen, Leeuwarden en Assen.

Neem contact op