Terug
HomeActueelTrump’s effect op bouwkosten: wie betaalt?

Trump’s effect op bouwkosten: wie betaalt?

5 min |
4 mei 2026
|
Blogs
Trump’s effect op bouwkosten: wie betaalt?

Zoals vaak wordt gezegd, is niets zo veranderlijk als het weer. Datzelfde kan tegenwoordig ook gezegd worden over de prijzen op de markt voor energie en grondstoffen. De oorzaak van deze wisselvalligheid is voornamelijk de huidige geopolitieke instabiliteit, waarvan Trump’s strijd om de Straat van Hormuz het jongste hoofdstuk is. De prijs voor ruwe olie en vloeibaar gas is – sinds deze strijd is losgebarsten – explosief gestegen, met sterke prijsstijgingen van energie en fossiele brandstof tot gevolg. Dergelijke prijsstijgingen kunnen leiden tot verhitte discussies in de bouwpraktijk. Aannemers zullen namelijk deze extreme prijsstijgingen willen doorberekenen aan hun opdrachtgevers, maar de vraag is uiteraard of dat zomaar kan. Als u terugdenkt aan de afgelopen zes jaar, dan is zo’n prijsstijging namelijk niet zo zeldzaam meer. Dus: moet een aannemer inmiddels rekening (gaan) houden met dit soort extreme prijsstijgingen bij het bepalen van de aanneemsom? Of is dat nog te kort door de bocht? Hieronder gaan we in op deze vragen.

Kostenverhogende omstandigheden in de wet en UAV 2012

In het contractenrecht kunnen partijen bij de rechter wijziging of ontbinding van een overeenkomst vorderen als er sprake is van (ingrijpende) onvoorziene omstandigheden. Dit is geregeld in artikel 258 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Met artikel 753 van Boek 7 BW kent de aannemingsovereenkomst een eigen variant. Volgens dit laatste wetsartikel is het onder omstandigheden mogelijk voor de aannemer om de overeengekomen prijs via de rechter achteraf aan te passen. Eén en ander hierover is al aan bod gekomen in een eerder blog. Voor dit blog is van belang dat de bovengenoemde bepalingen uit de wet en UAV 2012 vereisen dat de aannemer geen rekening behoefde te houden met de kostenverhogende omstandigheid.

Waar moet een aannemer rekening mee houden?

Of een aannemer bij de bepaling van de prijs rekening moet houden met kostenverhogende omstandigheden, hangt af van alle omstandigheden van het geval. Peilmoment daarbij is telkens het moment van overeenkomen van de prijs. Uiteraard kunnen bepaalde prijsstijgingen in de aannemingsovereenkomst, al dan niet expliciet, zijn verdisconteerd. Maar als dat niet het geval is, dan is de vraag of de aannemer deze specifieke (mate van) stijging moest voorzien. Er moet dus écht iets bijzonders aan de hand zijn, zoals recentelijk bij de coronapandemie of de oorlog in Oekraïne. Omstandigheden die daarbij relevant zijn, zijn de combinatie van (i) de oorzaak van de prijsstijging en (ii) de sterkte van die stijging.

In het algemeen mag worden aangenomen dat met ‘normale’ prijsschommelingen en inflatie rekening is gehouden.[1] Dat een markt aan prijsschommelingen onderhevig is, is namelijk een zekerheid en dus voor een aannemer te voorzien. De vraag is waar precies de grens ligt tussen ‘normale’ prijsschommelingen en een bijzondere omstandigheid. Uitgangspunt is dat hoe voorspelbaarder een omstandigheid is, hoe sneller verwacht wordt dat de aannemer met deze omstandigheid rekening houdt. Dát een bepaalde omstandigheid al eens eerder is voorgekomen, is op zichzelf onvoldoende. Illustratief in dit kader is de uitspraak van de Raad van Arbitrage (RvA) van 11 december 1985. De RvA oordeelde destijds al dat het optreden van de eerste oliecrisis van 1973 niet betekent dat de aannemer bij zijn prijsbepaling rekening moest houden met een aanstaande tweede oliecrisis.[2] De RvA voegt hier nog een overweging aan toe, die in deze tijd wellicht de pupillen vergroot. Er kan volgens de RvA “slechts anders over worden geoordeeld, indien gesproken zou kunnen worden van regelmatig weerkerende extreme prijsstijgingen.” Met andere woorden, naarmate een omstandigheid structureler wordt, zal deze omstandigheid voorspelbaar worden en zal een aannemer dus bij de bepaling van zijn prijs rekening met die omstandigheid moeten houden. 

Het optreden van Trump; inmiddels voorspelbare onvoorspelbaarheid?

Niet alleen het Midden-Oosten, maar ook olielanden buiten het Midden-Oosten hebben het soms zwaar te verduren. Denk aan het optreden van Trump in Venezuela of zijn luidruchtige claim op Groenland. Dit alles heeft zo zijn weerslag op de prijs van grondstoffen. Men hoeft daarvoor maar één blik te werpen op de ontwikkeling van de olieprijs sinds Trump is aangetreden als president. Kan wellicht gezegd worden dat het onvoorspelbare gedrag van Trump de markt voor grondstoffen – in het bijzonder de oliemarkt – inmiddels structureel onvoorspelbaar maakt? Betekent dit dat een aannemer inmiddels dus rekening moet houden met ‘regelmatige weerkerende extreme prijsstijgingen’, zoals de RvA in de bovengenoemde uitspraak aangaf?

Als er inderdaad sprake is van regelmatig weerkerende extreme prijsstijgingen, dan zou dit betekenen dat een aannemer de prijs niet kan (laten) aanpassen via artikel 753 lid 1 van Boek 7 BW, dan wel paragraaf 47 UAV 2012. Aannemers zouden dan bij de prijsbepaling rekening moeten gaan houden met eventuele extreme prijsstijgingen van grondstoffen en de aanneemsom moeten verhogen. Kortom, de gevolgen hiervan zouden wel eens aanzienlijk kunnen zijn.

Tot slot

Een concreet antwoord op de vraag of er tegenwoordig sprake is van regelmatig weerkerende extreme prijsstijgingen is niet te geven. Deze vraag is in hoge mate casuïstisch van aard. Wel is duidelijk dat voor zowel aannemer als opdrachtgever enige voorzichtigheid is geboden. Risico’s en onzekerheden kunnen aan de voorkant – bij het sluiten van de aannemingsovereenkomst – in de kiem worden gesmoord of zoveel mogelijk worden opgevangen. Ook kan er tussen aannemer en opdrachtgever een geschil ontstaan over voor wiens rekening de kostenverhogende omstandigheden moeten komen, die vaak door een rechter moet worden beslecht. In dat soort gevallen is de juiste bijstand van een gespecialiseerde bouwrechtadvocaat dan onmisbaar. 

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen of behoefte aan bijstand? Neem dan gerust contact op met een van onze specialisten van vastgoedteam. Zij hebben uitgebreide ervaring binnen het vastgoed en civiel bouwrecht.


[1] In het kader van de UAV 2012 wordt deze vraag ook reeds bestreken door het vereiste dat de kostenverhoging ‘aanzienlijk’ dient te zijn.

[2] RvA Bouwbedrijven 11 december 1985, nr. 11650, 11847, 11877, BR 1986, p. 251, m.nt. H.O. Thunnissen.

Bericht delen op linkedin

Meer weten? Neem contact op met een van onze specialisten.

Gerelateerde expertises en branches

Nieuwste berichten

Al het nieuws

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief

Mis niets meer en meld u aan voor onze nieuwsbrief.

Velden met een * zijn verplicht

Ik geef toestemming dat TRIP Advocaten Notarissen mijn e-mailadres gebruikt voor het toesturen van de nieuwsbrief. U kunt meer lezen in ons Privacy en cookiesbeleid.

Terug naar blogs
Contact image

Contact

Als grootste juridische adviespraktijk van Noord-Nederland staan wij centraal bij onze cliënten Wij werken in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe (en ver daarbuiten) vanuit onze kantoren in Groningen, Leeuwarden en Assen.

Neem contact op