Geschilbesluiten van de Autoriteit Consument en Markt (deel 20)
Dit blogartikel is onderdeel van een reeks waarin wij verschillende geschilbesluiten behandelen. Onderaan dit artikel vindt u de links naar de overige artikelen.
ACM velt oordeel in geschil over de toekenning van transportcapaciteit voor elektriciteit
Inleiding
Partijen die een geschil hebben met de netbeheerder over de wijze waarop deze zijn taken en bevoegdheden op grond van de Elektriciteitswet 1998 (“E-wet”) uitoefent, kunnen een dergelijk geschil voorleggen aan de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”). In dit blogbericht bespreken wij zo’n geschilbesluit van de ACM
De zaak Fertilife tegen Stedin
De zaak Fertilife Benelux B.V. (“Fertilife”) tegen Stedin Netbeheer B.V. (“Stedin”) draait om de vraag of Stedin de regels over de toekenning van transportcapaciteit voor elektriciteit correct heeft toegepast.
Op 21 maart 2024 heeft Fertilife 1.289 kW transportcapaciteit voor afname aangevraagd bij Stedin. Stedin heeft Fertilife ten aanzien van dit verzoek in de wachtrij geplaatst omdat in Zeeuws-Vlaanderen, waar Fertilife is gevestigd, sprake is van netcongestie in het landelijk hoogspanningsnet van TenneT TSO B.V. (“TenneT”). Deze netcongestie zou blijken uit een congestierapport van TenneT.
In de procedure heeft Fertilife zich op het standpunt gesteld dat Stedin haar verzoek om transportvermogen ten onrechte heeft geweigerd omdat geen sprake zou zijn van fysieke congestie. Uit het congestierapport van TenneT zou namelijk niet blijken dat er in 2024 geen transportcapaciteit beschikbaar was en dat er – op basis van prognoses – op z’n vroegst in 2028 fysieke congestie wordt voorzien in Zeeland.
Uitspraak ACM
Voor zover hier relevant oordeelt de ACM dat een netbeheerder, bij de beoordeling van de vraag of transportcapaciteit toegekend kan worden aan een afnemer, geacht wordt beredeneerde voorspellingen te gebruiken om de toekomstige benodigde transportcapaciteit te kunnen vaststellen. Volgens de ACM heeft dit ermee te maken dat de netbeheerder niet moet afwachten tot fysieke congestie zich daadwerkelijk voordoet. In dat geval kan een netbeheerder de veiligheid en betrouwbaarheid van elektriciteitsnetten niet langer waarborgen, aldus de ACM.
In deze procedure heeft Fertilife gewezen op jurisprudentie van het Hof Arnhem-Leeuwarden waaruit volgt dat mogelijk toekomstige fysieke congestie geen reden is om jaren voordat die congestie zich voor zou doen al verzoeken om transportcapaciteit te weigeren. De ACM ziet dat – gelet op de huidige regels uit de Netcode elektriciteit die zijn gewijzigd tegen opzichte van het moment dat het Hof Arnhem-Leeuwarden haar arrest wees – dus anders.
Vervolgens oordeelt de ACM ook dat Stedin voldoende heeft onderzocht of de door Fertilife gevraagde capaciteit in overeenstemming gebracht kan worden met de beschikbare transportcapaciteit. Dit blijkt echter niet het geval te zijn.
Niettemin is de ACM wel van mening dat Stedin niet eenvoudig het verzoek van Fertilife kon weigeren onder verwijzing naar het congestierapport van TenneT. Volgens de ACM had het op de weg van Stedin gelegen om bij de weigering van het transportverzoek van Fertilife niet alleen te verwijzen naar het congestierapport van TenneT, maar ook zelfstandig te onderbouwen waarom zij redelijkerwijs onvoldoende transportcapaciteit ter beschikking heeft. De ACM verklaart de klacht van Fertilife over het gebrek aan een deugdelijke motivering dan ook gegrond. Voor het overige worden de klachten van Fertilife ongegrond verklaard.
Heeft u een vraag?
Heeft u naar aanleiding van bovenstaand artikel een vraag? Bijvoorbeeld omdat uw netbeheerder weigert om transportcapaciteit voor elektriciteit toe te kennen? Neem dan contact op met Ale van der Wielen of Cees Verburg, onze energierecht advocaten.
Dit blogartikel is onderdeel van een reeks waarin wij verschillende geschilbesluiten behandelen. Klik hieronder om de overige delen van deze reeks te lezen.
Deel 1 – Betalingstermijn van 14 dagen redelijk?
Deel 2 – De “vrij absolute” aansluitplicht van de netbeheerder
Deel 3 – Netverzwaring en de wijziging van bestaande aansluitingen
Deel 4 – De redelijke aansluittermijn bij een grootverbruikaansluiting
Deel 5 – Kan een gesloten distributiesysteem wel een hoogspanningsdeel omvatten?
Deel 6 – Het opknipverbod uit de Elektriciteitswet en de aansluitplicht van de netbeheerder
Deel 7 – De netbeheerder en het plaatsen van zonnepanelen voor eigen verbruik
Deel 8 – De aansluit- en transportplicht van TenneT bij een interconnector
Deel 9 – De redelijke aansluittermijn bij kleinverbruikaansluitingen
Deel 10 – Kosten netverzwaring voor netbeheerder
Deel 11 – Aansluitplicht netbeheerder bij gesloten distributiesysteem
Deel 12 – ACM doet uitspraak over kosten aansluiting
Deel 13 – ACM oordeelt dat de taken van de netbeheerder enkel strekt tot de eigen netten
Deel 14 – Wat is nu het gecontracteerd transportvermogen exact?
Deel 15 – Meterstanden en navorderingsnota’s
Deel 16 – Stedin handelt in strijd met regels over toekenning transportcapaciteit elektriciteit
Deel 17 – Aansluittermijn van 70 weken niet onredelijk?
Deel 18 – Klacht zonnepark gegrond door onvoldoende onderzoek door Enexis
Deel 19 – Netbeheerder mag aanbetaling vragen voor plaats in wachtrij
Deel 20 – ACM velt oordeel in geschil over de toekenning transportcapaciteit voor elektriciteit